Alle antwoorden: blz. 47, 48–49. Bronnen, woorden en volgende editie: blz. 50.
WONDER ✳WonderclubEDITIE 01
WOW!MAAK KENNIS MET DE ONTDEKKERS
Hallo, wij zijn de Wonderclub!
Noor zoekt aanwijzingen. Bram bouwt en probeert ontwerpen uit. BO meet alles en stelt vragen. Samen zoeken ze uit hoe de wereld werkt.
BO • de robot die meet en vraagt
BO is een klein robotje, blauwgroen en crème. Zijn gezicht licht limoengroen op. In zijn rugzak zitten een schrift, een loep en meetspullen. BO meet alles: geluid, lengte en tijd. Maar meten is nog geen begrijpen. Daarom vraagt hij: “Wat hebben we eigenlijk gemeten?” Weet hij iets niet? Dan verschijnt er een vraagteken op zijn gezicht.
Noor • de speurneus
Noor draagt een gele regenjas. In haar schrift maakt ze twee kolommen: “Ik zag” en “Ik denk”. Wat je echt ziet, is een waarneming. Wat je denkt, is een vermoeden. Dat moet je nog controleren. Noors lievelingsvraag: “Welke andere verklaring past ook?”
Bram • de bouwer
Bram heeft kort bruin haar en een blauwgroene hoodie. Hij bouwt graag dingen en test ze uit. Hij verandert steeds maar één ding tegelijk. Zo weet hij wat het verschil maakt. Mislukt een proef? Dan lacht Bram: “Een mislukte voorspelling is ook een ontdekking!”
WONDER ✳EDITIE 01
BREINBREKER · QUIZ
De schaduwjury
BO vertrouwt op zijn ogen. Jij kiest steeds één verklaring die bij de beschreven proef past. De uitleg vind je op blz. 48.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
Hetzelfde figuurtje
Voor de eerste vraag staan lamp, figuurtje en muur op één lijn. De muur en het figuurtje blijven staan. Test de voorspelling later met een kleine ledlamp. Zo verander je één onderdeel en kun je twee schaduwen eerlijk vergelijken.
WONDER ✳WiskundeEDITIE 01
BREINBREKERINSTAP • CIJFERS 1–4
BO’s kleine sudoku
Vul de lege vakjes met 1, 2, 3 of 4. Elk cijfer staat één keer in elke rij, elke kolom en elk blok van 2 × 2.
Niveau 1 van 3:★☆☆ makkelijk
BO
Ik schrijf kleine potloodcijfertjes in de hoek van een vakje. Blijft er één over? Dan schrijf ik hem groot.
Vul de lege vakjes in met 1 tot en met 4. Elk cijfer komt één keer voor per rij, kolom en blok.
Zo begin je
Kijk naar rij 1, kolom 1. In rij 1 staan al een 4 en een 2. Onderaan in kolom 1 staat een 3. Dan blijft alleen 1 over! Controleer na elk cijfer de rij, de kolom en het blok.
Bekijk de oplossing
1 3 4 2
2 4 1 3
4 2 3 1
3 1 2 4
WONDER ✳BiologieEDITIE 01
ONTDEKBIOLOGIE • DE VOS VAN DICHTBIJ
Gebouwd voor de schemering
Een vos gaat op pad als het schemert. Zijn snuit, oren en staart vertellen je meer dan zijn kleur.
Puntige oren, een lange snuit en een dikke staart: zo herken je de vorm van een vos.
Noor
Ik zag: puntige oren en een staart met een wit puntje. Ik denk: een vos! Op de volgende bladzijde zoek ik zijn sporen.
50–80 cmlengte van kop en romp. De staart is nog eens 28–54 cm!
Niet alleen oranje
Een rode vos heeft een lange snuit, puntige oren en een dikke staart. Vaak zit er een wit puntje aan die staart. Zijn vacht kan roodbruin, bruin of grijzig zijn. In de winter is hij dikker. Kleur zegt dus weinig. Kijk liever naar de vorm. Teken een vos zonder kleur. Herken je hem nog?
Thuis in bos, duin en stad
Vossen wonen in bossen, duinen, boerenland en aan de rand van steden. Ze zijn vooral actief in de schemering en ’s nachts. De schemering is het halfdonker rond zonsopkomst en zonsondergang. Je loopt dus vaak langs een vossenplek zonder er één te zien. De beste kans? Vroeg in de ochtend, van mei tot juli.
Zaad → muis → vos. Met pijlen maak je een voedselketen. Verbind je meer ketens, dan krijg je een voedselweb.
01
De pijl wijst naar de eter
Een vos eet wat hij vindt: muizen, konijnen, vogels, eieren, insecten en bessen. In het voedselweb wijst elke pijl naar wie eet. Minder muizen? Dan zoekt de vos ander eten.
02
Vos of hond?
De pootafdruk van een vos lijkt op die van een hond, maar is slanker. Kijk naar de vier tenen. Bij een vos staan de twee buitenste tenen helemaal achter de twee middelste. Twijfel je? Schrijf: “misschien een vos”.
ZO WERKT HET
Wie eet wie in het bos?
Zaad: Een plant maakt zijn eigen voedsel met licht.
Blad: Ook van een plant. Rupsen knabbelen eraan.
Muis: Eet zaadjes. Wordt gegeten door de vos.
Rups: Eet bladeren. Wordt gegeten door vogels.
Vogel: Eet rupsen. Moet zelf oppassen voor de vos.
Vos: Eet muizen, vogels en nog veel meer.
Elke pijl wijst naar de eter. Twee voedselketens samen maken een voedselweb.
BO
Ik eet alleen stroom. Waar hoor ik in dit web?
ACHTERGROND • ONDER DE BOSBODEM
Schimmels achter de schermen
Een paddenstoel is maar een klein stukje van een schimmel. De rest groeit als draadjes in de grond.
Eten zonder mond
Veel schimmels eten dode bladeren en hout. Ze breken het buiten hun lijf af en nemen het voedsel dan op. Zo komen stoffen vrij voor nieuwe planten.
Ruilen met bomen
Andere schimmels helpen boomwortels aan water en mineralen: stofjes uit de bodem. De boom betaalt met suiker.
Zoek alle tien woorden. Ze staan horizontaal, verticaal of schuin. Sommige lees je achterstevoren!
Niveau 1 van 3:★☆☆ makkelijk
Noor
Ik zoek eerst de lange woorden, zoals WATER. De korte vallen daarna vanzelf op.
BOS
VOS
UIL
MOS
MAAN
WATER
BOOM
BLAD
MIER
NOOR
Tik op de eerste en daarna op de laatste letter van een woord. Zoek ook schuin en achterstevoren!
Zo vind je de eerste
Begin bij de U in rij 3, kolom 1. Lees naar beneden: U, I, L. Daar staat UIL! Elk woord staat op één rechte lijn, zonder bochten. Let op: BOOM lees je van rechts naar links.
Noor, Bram en BO gebruiken ieder precies één loep: rood, blauw of groen. Alle aanwijzingen zijn waar. Maak drie naamkaartjes en streep onmogelijke combinaties weg. Uitwerking op blz. 49.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
01
De groene loep ligt bij BO. Bram heeft niet de rode loep. Welke kleur heeft ieder?
Bekijk het antwoord
BO groen, Bram blauw, Noor rood. BO bezet groen. Voor Bram blijven rood en blauw over; rood is uitgesloten. Blauw gaat dus naar Bram en de overblijvende rode naar Noor. Er is één verdeling.
02
Noor sorteert 18 korrels in bakjes. Het donkere bakje bevat 6; de rest is licht. Hoeveel lichte korrels zijn er en hoeveel keer zoveel als donkere?
Bekijk het antwoord
12 lichte korrels; twee keer zoveel. 18 − 6 = 12. Vergelijk daarna 12 met 6: 12 ÷ 6 = 2. Het aantal bakjes verandert die verhouding niet.
03
Bram zet een vlag na iedere 3 tegels. De eerste vlag staat op tegel 3. Op welke tegel staat vlag 5?
Bekijk het antwoord
Tegel 15. De vlaggen staan op 3, 6, 9, 12 en 15. Vijf groepjes van drie tegels geven 5 × 3 = 15; tegel nul krijgt geen vlag.
Controleer alle aanwijzingen
Een antwoord op de kleurpuzzel is pas goed wanneer elke naam en elke kleur één keer gebruikt is. Zoek niet alleen iets dat mogelijk lijkt. Probeer ook of er nog een tweede verdeling kan bestaan.
WONDER ✳NatuurkundeEDITIE 01
Licht, camera… regenboog!
Zonlicht lijkt wit. Toch zitten er alle kleuren van de regenboog in. Glas en water halen ze uit elkaar.
ONTDEKNATUURKUNDE • LICHT
Wat een prisma laat zien
Waarom maakt een stuk glas kleuren? Volg één lichtstraal door een prisma.
Een echt glazen prisma. Rechts gaat wit licht erin, links waaieren de kleuren uit.
BO
Ik telde zeven kleuren. Daarna nog duizend tussenkleurtjes. Mijn rekenlampje werd er helemaal paars van.
ZO WERKT HET
Van wit naar kleuren
Wit licht: Zonlicht: alle kleuren door elkaar.
Breking: Bij de rand van het glas maakt het licht een knik.
Spectrum: Rood knikt het minst, violet het meest.
Zo splitst een prisma wit licht. De kleuren zijn extra ver uit elkaar getekend.
⚠ Let op Kijk nooit recht in de zon. Ook niet door een prisma, camera of verrekijker.
Licht maakt een knik
Gaat licht schuin van lucht naar glas? Dan maakt het een knik. Dat heet breking. Niet elke kleur knikt even sterk. Rood knikt het minst, violet het meest. Zo waaieren de kleuren uit elkaar. Die kleurenwaaier heet een spectrum.
Meer dan zeven kleuren
We noemen vaak zeven kleuren: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Maar in een echt spectrum lopen ze vloeiend in elkaar over. Er is zelfs licht dat je ogen niet zien, zoals infrarood.
Een dubbele regenboog boven Londen. Zie je dat de kleuren in de tweede boog andersom staan?
Licht, camera… regenboog!
ONTDEKNATUURKUNDE • REGENBOGEN
Druppels nemen het over
Een regendruppel werkt als een mini-prisma. Het licht knikt, kaatst terug en knikt nog een keer.
Bram
Probeer dit: zet op een zonnige dag de tuinslang op fijne nevel, met de zon in je rug. Zie je je eigen regenboog?
ZO WERKT HET
Zo reist het licht door een druppel
Zonlicht: Wit licht komt van de zon achter je.
Knik erin: Het licht gaat de druppel in en knikt.
Terugkaatsen: Achterin de druppel kaatst het licht terug.
Knik eruit: Nog een knik. Nu waaieren de kleuren uit.
Rood: Komt uit hogere druppels: de buitenkant van de boog.
Violet: Komt uit lagere druppels: de binnenkant van de boog.
Jouw oog: Elke druppel stuurt één kleur precies naar jou.
Eén regendruppel, heel sterk vergroot. De kleuren zijn extra ver uit elkaar getekend.
Aan de slag!
Teken jezelf met de zon achter je en regen voor je.
Teken de route van het licht: zon → druppel → jouw oog.
⚠ Let op Kijk nooit recht in de zon.
Zon achter je, regen voor je
Zonlicht gaat een druppel in en knikt. Achterin kaatst het terug. Bij het uitgaan knikt het nog een keer en waaieren de kleuren uit. Rood zit aan de buitenkant van de boog, violet aan de binnenkant. Je ziet een regenboog alleen met de zon in je rug en regen voor je.
Waarom kom je nooit bij het eind?
Jouw regenboog komt uit druppels die licht precies naar jouw ogen sturen. Loop je verder, dan doen andere druppels dat. De boog loopt dus met je mee. Je vriend naast je ziet zelfs een net iets andere boog!
Soms twee bogen
Soms zie je er een zwakkere boog boven. Daar kaatst het licht twee keer in de druppels. De kleuren staan dan andersom.
Kleur blokjes met een geheime regel. Kan een vriend je code verder tekenen?
01
Tel de vorige twee op
Kleur één vakje rood en één vakje blauw. Elke nieuwe groep krijgt zoveel vakjes als de twee groepen ervoor samen. Rood en blauw wisselen af. Zo krijg je 1, 1, 2, 3, 5, 8… Dat is de rij van Fibonacci.
02
Twee regels tegelijk
Je code heeft een regel voor het aantal én voor de kleur. Welke kleur krijgt groep 9? Hoeveel vakjes? Antwoord: blz. 47.
ZO WERKT HET
Zo groeit de kleurcode
Groep 1: rood: Start: 1 vakje.
Groep 2: blauw: Ook 1 vakje.
Groep 3: rood: 1 + 1 = 2 vakjes.
Groep 4: blauw: 1 + 2 = 3 vakjes.
Groep 5: rood: 2 + 3 = 5 vakjes.
Groep 6: blauw: 3 + 5 = 8 vakjes.
Elke groep = de twee groepen ervoor samen.
KLEIN ONDERZOEK • SPIRALEN
Zit Fibonacci in deze schelp?
Een nautilusschelp krult als een spiraal. Is dat Fibonacci?
Een echte nautilusschelp in een museum.
Kijken én meten
In een dennenappel tel je vaak 5, 8 of 13 spiralen: Fibonacci-getallen! Onderzoekers maten ook nautilusschelpen. Die spiraal groeit trager dan een Fibonacci-spiraal. Mooi, maar geen Fibonacci!
Drie getallen zijn te weinig
Na 1, 2, 4 kan 8 komen: steeds keer twee. Of 7: eerst +1, dan +2, dan +3. Vraag dus naar de regel!
Een spiegelpatroon volgt een vormregel. Vouw een vorm dubbel: vallen de twee helften precies op elkaar?
Niveau 1 van 3:★☆☆ makkelijk
Een bosuil van voren. Trek in gedachten een lijn door zijn snavel. Zijn beide helften precies gelijk? Kijk goed naar de ogen!
Bram
Probeer dit: knip een hart uit een dubbelgevouwen papiertje. Vouw het open. Zie je de spiegellijn?
Twee helften die passen
Een symmetrie-as is een vouwlijn. Aan beide kanten zie je dan hetzelfde, maar gespiegeld. Een rechthoek heeft twee van die lijnen: één van boven naar beneden en één van links naar rechts. Een uil of een blad lijkt symmetrisch, maar meestal zijn de helften net niet gelijk.
Een week later is BO terug in het bos. Hij wil álle geluiden opnemen. Maar dan raakt zijn batterij bijna leeg…
1BO: Ik meet het hele bos! Alles opnemen!2BO: Wind, blaadjes, vogels, voetstappen… Help, mijn batterij is bijna leeg!3Noor: Stop even, BO. Wat willen we eigenlijk weten?4Bram: Hoor je dat? Daar hakt een specht in de boom!5BO: Eén vraag. Eén kort stukje geluid. Dat past nog net!6BO: Missie gelukt. Ik ga nu… heel… zuinig… zitten.
Een handje zand lijkt één ding. Onder een loep zie je een verzameling kleine reizigers: brokjes met verschillende kleuren, vormen en herkomsten.
Illustratie • Een fictieve sorteertafel toont verschillende korrels. Het beeld is geen echte telling of gedateerde strandvondst.
Een maat, geen materiaal
Zand is de naam voor een bepaalde korrelgrootte. Het hoeft dus niet uit één stof te bestaan. Veel zand bevat kwarts, een mineraal dat lang heel kan blijven. Er kan ook schelpgruis tussen zitten. In White Sands in de Verenigde Staten bestaan de duinen vooral uit gipskorrels. Een wit strand en een witte gipsduin hoeven daardoor niet dezelfde bouwstenen te hebben.
De lange omweg
Een korrel kan beginnen in een groter stuk gesteente. Verwering breekt of verandert dat gesteente. Water, wind en ijs kunnen het losse materiaal meenemen: dat heet transport. Tijdens botsingen kunnen scherpe randjes afslijten. Een rivier brengt sommige korrels verder, terwijl andere al eerder blijven liggen. Het strand is daarom geen zak met identieke stenen.
Noors sorteertafel
Noor legt een klein beetje schoon speelzand op donker papier. Ze tekent drie kolommen: licht of donker, hoekig of afgerond, groot of klein. Bram wil meteen weten hoe oud een korrel is. Dat kan deze tabel niet vertellen. De vorm levert een aanwijzing, maar geen volledige reisgeschiedenis. Schrijf dus eerst wat je ziet, en pas daarna welke verklaring daarbij zou kunnen passen.
BO heeft zijn sorteerkaart af. Nu moet hij kiezen wat de kaart wél vertelt en welke vraag nog openblijft.
20korrels in het fictieve monster
12licht in dat monster
3lijken op schelpgruis
Twintig is nog geen strand
Stel: in Noors fictieve monster zitten twintig korrels. Twaalf zijn licht, vijf donker en drie lijken op schelpstukjes. Twaalf van twintig is meer dan de helft. Maar twintig andere korrels kunnen een andere verdeling geven. Een monster is het kleine deel dat je onderzoekt; het hele strand is veel groter. Noteer daarom hoeveel je werkelijk hebt bekeken.
Dezelfde regel voor iedereen
Bram noemt een korrel rond zodra hij geen punt ziet. Noor kijkt ook naar kleine hoekjes. Hun aantallen zijn pas goed vergelijkbaar als ze dezelfde afspraak gebruiken. Ze tekenen samen voorbeelden voor de categorieën. Twijfelgevallen krijgen een eigen vak. Een eerlijke tabel mag dus ook “weet ik nog niet” bevatten.
Van rivier naar strand
Een lange reis kan korrels afronden, maar ook het materiaal en eerdere reizen spelen mee. “Rond, dus precies honderd jaar oud” volgt niet uit de waarneming. BO maakt twee kaartjes: bewijs en vermoeden. Op het bewijskaartje schrijft hij kleur en vorm; op het vermoedenskaartje een mogelijke reis. Welke extra informatie zou helpen? Bijvoorbeeld de vindplaats en gesteenten in het gebied. Een goede vraag is soms waardevoller dan een haastig antwoord.
Egypte is bijna helemaal woestijn. Toch woonden er duizenden jaren veel mensen. Dankzij de Nijl!
De Grote Piramide van Khufu bij Gizeh.
Noor
Ik zag: de piramides staan in de woestijn. Ik denk: daar spoelde de Nijl ze niet weg. Slim!
Zwart land, rood land
Elk jaar overstroomde de Nijl. Daarna bleef er zwarte, vruchtbare modder achter. Daar groeiden graan en groente. Egyptenaren noemden hun land Kemet: ‘het zwarte land’. De woestijn heette ‘het rode land’. Daar bouwden ze hun graven.
Wie bouwden de piramides?
De Grote Piramide was het graf van farao Khufu. Een farao was een Egyptische koning. Zijn piramide is ruim 4.500 jaar oud en heeft meer dan 2 miljoen stenen blokken. Duizenden arbeiders en vakmensen werkten eraan. In hun stadje vlakbij bakten ze brood en brouwden ze bier.
Papier van een plant? Dat maakten Egyptenaren al duizenden jaren geleden!
Uit het Dodenboek van Ani, ruim 3.000 jaar oud. Zoek vezels, scheurtjes en tekens.
Van stengel naar rol
Papyrus is een plant die langs de Nijl groeit. Vakmensen sneden de stengel in dunne stroken. Ze legden twee lagen kruiselings op elkaar, drukten ze plat en lieten ze drogen. Vellen plakten ze aan elkaar tot een rol.
Een rol voor in het graf
Dit is het Dodenboek van Ani: een rol met spreuken en tekeningen. Die ging mee in zijn graf, als hulp voor het leven na de dood.
De code gekraakt
Lang kon niemand hiërogliefen lezen: het Egyptische schrift met plaatjestekens. In 1799 vonden soldaten de Steen van Rosetta. Daarop staat één tekst in drie schriften, ook in het Grieks. Daarmee kraakte Champollion in 1822 de code.
ACHTERGROND • HET GEREEDSCHAP VAN EEN SCHRIJVER
Zwarte tekst, rode aandacht
Een schrijver schreef met een plantenstengel. Het puntje kauwde hij rafelig, als een kwastje.
Zwart en rood
Zwarte inkt maakte hij van roet. Rode inkt van een rood mineraal. Rood was voor belangrijke stukken. Zijn inkt zat als droge koekjes op een plankje. Met water werd het weer inkt.
Ook boodschappenlijstjes
Op papyrus schreven Egyptenaren ook brieven, lijstjes en rekeningen.
Eerst denken, dan kijken! Schrijf je voorspelling op. De uitleg staat op blz. 47.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
01
Ik draag een hoed, maar ik heb geen hoofd. Na regen sta ik tussen de bladeren. Wat ben ik?
Bekijk het antwoord
Een paddenstoel. De bovenkant heet de hoed. Daaronder maakt de paddenstoel sporen.
02
Ik geef licht, maar ik brand niet. Elke avond lijk ik een andere vorm te hebben. Wat ben ik?
Bekijk het antwoord
De maan. De maan weerkaatst zonlicht. Je ziet steeds een ander stuk van haar verlichte kant.
GEDACHTENVRAAG 1
IJs in een glas
Een ijsblokje drijft in een glas zoet water. Je zet een streep bij het water. Dan smelt het ijs helemaal.
Staat het water daarna hoger, lager of precies bij de streep?
Het drijvende ijs duwt nu al water opzij.
Wat wordt het ijs als het smelt?
Onderzoek de uitleg
Bij de streep. Drijvend ijs duwt precies zijn eigen gewicht aan water opzij. Gesmolten wordt het precies zoveel water. Dat vult het gat dat het ijs eerst maakte.
Let op: In zout zeewater stijgt het water een heel klein beetje. Zoet smeltwater is lichter dan zout water en neemt meer ruimte in.
GEDACHTENVRAAG 2
Een brug van papier
Twee boeken liggen een eindje uit elkaar. Over het gat leg je een plat vel papier. Daarnaast een even groot vel, gevouwen als een zigzag.
Welke brug houdt meer muntjes?
Is er papier bij gekomen?
Wat is er wél veranderd?
Onderzoek de uitleg
De zigzagbrug houdt meestal veel meer muntjes. Er is geen papier bij gekomen. Maar door de vouwen staat het papier rechtop, en dan buigt het veel minder door. Golfkarton werkt net zo.
Let op: Gebruik hetzelfde papier en hetzelfde gat, en leg de muntjes op dezelfde plek. Anders is het geen eerlijke test.
Buiten: oceaan en wolken. De tekening toont de binnenkant.
Waarom ziet onze planeet er zo uit?
De aarde is net een perzik: een dunne schil, dik vruchtvlees en een pit. De schil is in stukken gebroken die langzaam schuiven.
ONTDEKAARDRIJKSKUNDE • REIS NAAR DE KERN
Onder je voeten
Tot het midden van de aarde is het ruim 6.300 kilometer. Daar is het zo heet als de buitenkant van de zon!
BO
30 centimeter gegraven. Nog ruim 6.300 kilometer. Wie helpt?
ZO WERKT HET
Reis naar de kern
Korst: 5 km dik onder oceanen, ruim 70 km onder de hoogste bergen.
Mantel: Bijna 3.000 km heet gesteente dat heel traag stroomt.
Buitenkern: Ruim 2.000 km vloeibaar metaal, vooral ijzer.
Binnenkern: Vaste bol van metaal, ongeveer 6.000 °C heet.
Doorsnede van de aarde, niet op de goede dikte getekend.
Vier lagen
Bovenaan ligt de korst, de dunne buitenlaag. Daaronder zit de mantel: heet, vast gesteente dat heel langzaam kan stromen. In het midden zit de kern: metaal, vooral ijzer. De buitenkern is vloeibaar. De binnenkern is vast, omdat de druk daar enorm is.
Een schil in stukken
De korst en het bovenste stukje mantel vormen samen aardplaten. Die liggen als puzzelstukken om de aarde. Ze schuiven een paar centimeter per jaar. In miljoenen jaren verandert zo de kaart van de wereld.
Aardplaten bewegen op drie manieren: uit elkaar, naar elkaar toe en langs elkaar.
Kīlauea op Hawaï, 28 juni 2018: lava stroomt uit een lange spleet in de grond.
Bram
Probeer dit: leg twee handdoeken plat op tafel en duw ze naar elkaar toe. Zie je je eigen gebergte omhoog kreukelen?
ZO WERKT HET
Drie manieren waarop platen bewegen
Uit elkaar: Magma komt omhoog en maakt nieuwe oceaanbodem, zoals bij IJsland.
Naar elkaar toe: De ene plaat duikt onder de andere, of er kreukelt een gebergte.
Langs elkaar: De platen haken vast en schieten ineens los: een aardbeving.
Schema, niet op schaal. De pijlen laten zien hoe de platen schuiven.
Drie bewegingen
Gaan platen uit elkaar? Dan groeit er nieuwe oceaanbodem, midden in de Atlantische Oceaan. Bij IJsland komt die zelfs boven water. Botsen ze? Dan ontstaan gebergten en vulkanen. Schuiven ze langs elkaar? Dan beeft de grond.
Van magma naar lava
Gesmolten gesteente onder de grond heet magma. Komt het naar boven, dan heet het lava. Hawaï ligt niet op een plaatgrens, maar midden op een plaat. Daar komt het magma uit een hete plek diep onder de plaat.
Beeft het ook in Nederland?
Nederland ligt ver van een plaatgrens. Toch lopen er in Limburg breuken: scheuren diep in de korst. Op 13 april 1992 schoof de grond daar ineens. Bij Roermond was er een aardbeving met kracht 5,8: de zwaarste ooit gemeten in ons land.
Start bij de opening bovenaan. De uitgang zit onderaan. Loop alleen door de lichte vakjes: omhoog, omlaag, links of rechts. Door muren of schuin lopen mag niet.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
BO
Ik heb elf doodlopende gangen geteld. Hoeveel vind jij er voordat je de uitgang ziet?
Breng BO naar de uitgang. Tik op een aangrenzend pad of gebruik de pijltjes.
Doodlopend? Geen probleem!
Loop je vast? Ga terug naar de laatste splitsing en kies een andere gang. Zet een kruisje in gangen die je al hebt geprobeerd. Je mag ook bij de uitgang beginnen en terug naar de start zoeken.
Teken bij het eerste raadsel een rooster met rijen A, B, C en kolommen 1, 2, 3. Naar rechts of beneden kost steeds één stap. Diagonaal mag niet. Alle uitwerkingen staan op blz. 49.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
01
BO start op A1 en wil naar C3. Alleen rechts of beneden is toegestaan. Wat is het kleinste aantal stappen?
Bekijk het antwoord
4 stappen. Hij moet twee kolommen naar rechts en twee rijen naar beneden. Dat zijn samen vier stappen; de volgorde kan verschillen.
02
Vak B2 is afgesloten. BO wil eerst langs A3 en dan naar C3. Hoeveel stappen kost dat?
Bekijk het antwoord
4 stappen. A1 → A2 → A3 → B3 → C3. Hij doet nog steeds twee horizontale en twee verticale stappen en raakt B2 niet.
03
BO kan van A1 naar C3 langs meerdere routes. Wat is het aantal kortste routes als B2 verboden is?
Bekijk het antwoord
2 routes. De route via de bovenrand/rechterrand en die via de linkerrand/onderrand zijn de enige. Alle vier andere volgordes van twee rechter- en twee benedenstappen bezoeken B2.
Teken de twee routes
Geef de routes verschillende streepjes. Zet een kruis in B2 en controleer elk tussenstapje.
Teken met je vinger, pen of muis. Gebruik de knoppen om een stap terug te gaan, te wissen of je tekening te bewaren.
WONDER ✳BiologieEDITIE 01
ONTDEKBIOLOGIE • EEN GROTE VERBOUWING
Van komma naar kikker
Een kikkervisje bouwt zichzelf om tot kikker. Die verbouwing heet metamorfose.
Een bruine kikker. Zie je de donkere vlek achter zijn oog?
Bram
Een kikker bouwt zichzelf om en leeft gewoon door. Probeer dat eens met een fiets!
ZO WERKT HET
Het leven van een kikker
Kikkerdril: Een klomp eitjes in ondiep water.
Kikkervisje: Zwemt met staart, ademt met kieuwen.
Achterpoten: De achterpoten groeien het eerst.
Voorpoten: Daarna de voorpoten. De staart krimpt.
Jonge kikker: Pas 1 tot 1,5 cm. Gaat het land op.
Volwassen kikker: Na 2 tot 3 jaar. Legt weer eitjes.
De volwassen kikker zorgt in het voorjaar weer voor kikkerdril.
Van dril tot dikkopje
In het voorjaar leggen bruine kikkers klompen eitjes in ondiep water: kikkerdril. Eruit komen kikkervisjes. Ze zwemmen met hun staart en ademen met kieuwen, net als vissen.
Poten erbij, staart eraf
Eerst groeien de achterpoten, daarna de voorpoten. De staart wordt korter. Vanaf juni kruipen de jonge kikkertjes het land op. Ze zijn dan pas 1 tot 1,5 centimeter.
Een leven op het land
Volwassen bruine kikkers wonen vooral op vochtige plekken op het land. In het voorjaar trekken ze naar ondiep water om eitjes te leggen. Ze moeten dus veilig van de struiken naar de vijver kunnen, zonder drukke weg ertussen.
Een afdruk, een bron of een zandkorrel kan iets verklappen. Kies wat je op grond van de gegeven aanwijzing echt kunt besluiten. Antwoorden: blz. 48.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
WONDER ✳NatuurkundeEDITIE 01
DOE MEEBO’S PROEFJESLAB • TRILLINGEN
De geheime bekertjestelefoon
Fluister in een beker en je vriend hoort je aan de andere kant van de kamer. Hoe kan dat? En werkt het beter met een strak of een slap touw?
Niveau 1 van 3:★☆☆ makkelijk
Illustratie • Noor en Bram bellen met bekertjes. Het touw hangt strak en raakt niets.
Bram
Mijn eerste bekertjestelefoon zei helemaal niks. Het touw lag over de bank. Laat het dus vrij hangen!
Aan de slag!
Laat een volwassene een klein gaatje in elke bekerbodem prikken.
Steek het touw door de gaatjes. Maak binnenin een dikke knoop.
Loop zo ver uit elkaar dat het touw strak staat. Het mag nergens tegenaan hangen.
Fluister vijf woorden in je beker. Je vriend houdt een vinger in zijn andere oor. Hoeveel woorden verstaat hij?
Doe één stap naar elkaar toe, zodat het touw slap hangt. Fluister even zacht.
Test daarna weer met een strak touw. Klopt je eerste uitkomst nog?
⚠ Let op Laat een volwassene de gaatjes maken. Houd het touw uit de looproute.
Waarom werkt het?
Je stem laat de bodem van je beker trillen. Die trilling loopt door het touw naar de andere beker. Die bodem trilt mee en duwt tegen de lucht. Zo komt het geluid in het oor van je vriend. Raakt het touw iets aan? Dan stopt de trilling daar.
Water stroomt altijd naar beneden, toch? Niet in keukenpapier! Daar kruipt het omhoog. Dat heet capillaire werking.
Niveau 1 van 3:★☆☆ makkelijk
Illustratie • Het rode water kruipt door het papier naar de lege beker.
01
Waarom klimt het water?
Papier zit vol piepkleine gangetjes tussen de vezels. Water plakt aan die vezels. Waterdeeltjes trekken ook aan elkaar. Zo trekt het water zichzelf de gangetjes in, omhoog tegen de zwaartekracht in.
02
Eerlijk vergelijken
Verander maar één ding: de breedte. Papier, water en tijd blijven gelijk. Anders weet je niet wat het verschil maakte.
Noor
Ik zag: de kleur kroop omhoog. Ik denk: het water liep vóór de kleur uit. Hoe kan ik dat testen?
Aan de slag!
Vul twee bekers met 3 centimeter water. Laat een volwassene er kleurstof in doen.
Zet naast elke volle beker een lege beker.
Knip een brede en een smalle strook keukenpapier, even lang. Vouw ze in de lengte dubbel.
Hang elke strook met één eind in het water en het andere eind in een lege beker.
Kijk hoe de kleur omhoog kruipt. Wacht dan een uur.
Meet met de liniaal hoe hoog het water in elke lege beker staat. Welke strook bracht meer water?
⚠ Let op Zet alles op een dienblad. Drink het water niet op.
Zwaartekracht trekt alles naar beneden. Lucht remt. Kun jij een parachute bouwen die zo langzaam mogelijk daalt?
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
Illustratie • Bram laat zijn parachute los. Noor schrijft op wat ze ziet.
BO
Wat hebben we eigenlijk gemeten? Geen seconden, maar welke het laatst landt. Vergelijken is ook meten!
Aan de slag!
Plak aan elke hoek van het kleine vierkant een touwtje.
Plak de vier uiteinden met plakband aan een papierpropje.
Maak de grote parachute op dezelfde manier, met even lange touwtjes en een even groot propje.
Houd ze allebei open boven je hoofd, even hoog. Laat ze tegelijk los.
Welke landt het laatst? Ging hij open of hing hij scheef? Doe het drie keer.
Verbeter er één ding aan en test opnieuw.
⚠ Let op Laat de parachute los terwijl je op de vloer staat. Klim nergens op: geen stoel, trap of vensterbank.
Waarom remt een parachute?
Tijdens de val botst de parachute tegen heel veel luchtdeeltjes. Die duwen terug: dat heet luchtweerstand. Hoe meer lucht het scherm opvangt, hoe meer het remt. Maar het scherm moet wel opengaan!
Voorspel eerst: wat gebeurt er met de schaduw wanneer de lamp dichter bij het figuurtje komt? Je onderzoekt de lampafstand; de andere afstanden blijven gelijk.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
Aan de slag!
Zet het figuurtje op tafel, ongeveer 20 cm voor het witte papier. Markeer zijn plek.
Zet de lamp aan dezelfde kant als jij, gericht op figuurtje en papier. Meet vanaf de lamp tot het figuurtje.
Begin op 30 cm, daarna 20 cm en 10 cm. Laat figuurtje en papier staan; houd de lamp telkens even hoog.
Meet de schaduwhoogte bij elke lampafstand. Noteer alle drie metingen, ook als een rand onscherp is.
Herhaal de reeks. Vergelijk de volgorde van de drie hoogten en leg uit welke waarneming je voorspelling ondersteunt.
⚠ Let op Gebruik een koele ledlamp. Richt het licht op het papier, niet in ogen. Gebruik geen kaars, laser of zonlicht met een loep.
Waarom deze afspraak?
Licht gaat vanaf de kleine lamp in uiteenlopende richtingen. Dichterbij neemt het figuurtje een groter deel van die bundel in, waardoor zijn schaduw op het vaste papier groter kan worden. De echte hoogte van het figuurtje verandert niet. Met een grote lamp kunnen de randen minder scherp zijn. Vergelijk daarom steeds dezelfde lamp.
Kies voor ieder denkmodel eerst wat je verwacht. Verander daarna één afspraak. Welk deel van je antwoord moet je dan aanpassen? Uitleg op blz. 49.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
GEDACHTENVRAAG 1
Licht van alle kanten
Een speelgoedfiguur staat op een witte tafel. In model A schijnt één lamp van links. In model B schijnen veel even felle lampen uit verschillende richtingen.
Wanneer verwacht je de duidelijkste donkere schaduw?
Welke lamp kan de schaduw van een andere lamp verlichten?
Blijft het figuurtje hetzelfde?
Onderzoek de uitleg
In model A houdt het figuurtje licht uit één richting tegen en blijft achter het figuurtje een donkere plek. In model B kan ander licht die plek bereiken, waardoor het verschil kleiner wordt.
Let op: Niet iedere plek ontvangt in een echte kamer precies evenveel licht; schaduwen hoeven in model B niet volledig te verdwijnen.
GEDACHTENVRAAG 2
De afspraak die ontbreekt
BO toont een kaart met drie driehoeken en twee blauwe strepen. Hij vertelt niets over de betekenis van zijn tekens.
Kun jij zeker weten waar de bomen en beek staan?
Kunnen twee makers verschillende legenda’s hebben?
Welke vraag stel je aan BO?
Onderzoek de uitleg
Nee. Een driehoek kan een boom, een berg of een meetpunt betekenen. Je hebt de legenda nodig voordat je een route betrouwbaar kunt lezen. Een mooi getekende kaart maakt een ontbrekende afspraak niet goed.
Let op: Als de tekens eerder samen zijn afgesproken, kan die gedeelde afspraak al als legenda dienen.
Sikkel, halve maan, volle maan… Toch komt er nooit een stukje maan bij!
De maan, gefotografeerd door de ruimtesonde Galileo. De kleuren zijn versterkt.
01
Een lamp die niet brandt
De maan maakt zelf geen licht. Ze weerkaatst zonlicht. De zon verlicht altijd één helft van de maan. Terwijl de maan om de aarde draait, zien wij steeds een ander stuk van die verlichte helft.
02
Maak een maanlogboek
Kijk met een volwassene op drie avonden naar de maan. Teken haar vorm en schrijf de datum erbij. Soms zie je haar zelfs overdag!
ZO WERKT HET
Acht vormen van de maan
Nieuwe maan: Verlichte kant van ons af.
Jonge maansikkel: Dun randje rechts.
Eerste kwartier: Rechterhelft verlicht.
Wassende maan: Bijna vol, elke avond voller.
Volle maan: Helemaal verlicht.
Afnemende maan: Elke nacht wat minder.
Laatste kwartier: Linkerhelft verlicht.
Oude maansikkel: Dun randje links, ’s ochtends vroeg.
Zo zie je de maan vanuit Nederland. Van nieuwe maan tot nieuwe maan duurt ongeveer 29,5 dagen.
Noor
Ik zag: de rechterkant is verlicht. Ik denk: dan wordt de maan de komende avonden voller!
Niets is sneller dan licht: 300.000 kilometer per seconde. Toch is zonlicht ruim acht minuten onderweg!
De Kosmische Kliffen: een wolk van gas en stof waarin nieuwe sterren ontstaan. Dit licht reisde ongeveer 7.600 jaar. De kleuren zijn toegevoegd.
BO
Ik zwaaide naar de maan. Ruim een seconde later kwam mijn zwaai aan!
ZO WERKT HET
Een liniaal van licht
Maan → aarde: 1,3 seconde: ruim één tel.
Zon → aarde: 8 minuten en 20 seconden: twee liedjes lang.
Proxima Centauri → aarde: Ruim 4 jaar: de dichtstbijzijnde ster na de zon.
Kosmische Kliffen → aarde: Ongeveer 7.600 jaar: van vóór de piramides!
Zo lang is licht naar ons onderweg. Elke streep is veel verder dan de vorige: van seconden naar duizenden jaren.
Een lichtjaar is een afstand
Een lichtjaar klinkt als tijd, maar het is een afstand: zo ver reist licht in één jaar. Dat is ongeveer 9,5 biljoen kilometer. Een biljoen is een miljoen keer een miljoen!
Je kijkt naar vroeger
Je ziet de zon zoals ze ruim 8 minuten geleden was. Licht van verre sterren is soms duizenden jaren onderweg.
Reken het zelf na
De zon staat ongeveer 150 miljoen km van ons af. Deel 150.000.000 door 300.000. Dan krijg je 500 seconden: 8 minuten en 20 seconden. En als de zon twee keer zo ver stond?
Een blauwe lijn lijkt een beek. Toch moet je de legenda bekijken: de maker kiest de tekens, de lezer moet weten wat ze betekenen.
Wat past op papier?
Een echte boom is veel groter dan een kaartteken. De maker vereenvoudigt: een punt voor een plek, een lijn voor een route en een vlak voor een gebied. Niet ieder voorwerp krijgt een teken. Een wandelkaart benadrukt andere informatie dan een kaart voor boten. Vraag daarom eerst waarvoor de kaart bedoeld is.
Lees ook de rand
Een legenda verklaart de symbolen. De schaal helpt bij afstanden. Een pijl kan de richting van het noorden aangeven. Die drie hulpmiddelen beantwoorden andere vragen. Een schaal vertelt niet wat een blauw vlak betekent; een noordpijl vertelt niet hoeveel meter een straat lang is.
Test zonder aanwijzen
Bram tekent een fictief plein met een boom, een bank en een fontein. Hij geeft Noor alleen de kaart en legenda. Kan zij zijn route volgen? Een misverstand laat zien welk teken of welke afspraak nog onduidelijk is. Verbeter de kaart en probeer opnieuw.
Het bos klinkt anders dan vorige week. Er mist een geluid. BO vindt een rood touwtje. Bram heeft al een verdachte. Maar heeft hij ook bewijs?
Illustratie • Noor tekent het bord, Bram denkt na en BO zoekt met zijn loep.
De lege plek
Noor bleef midden op het pad staan. “Wacht. Er ontbreekt iets.”
Bram liet zijn rugzak zakken. “Mijn koekje?”
Op BO’s gezicht verscheen een vraagteken. “Het getik,” zei hij. “Hier hoor je altijd tik-tik-tik.”
Noor knikte. Drie wandelingen lang had dat geluid hen hier begroet. Vandaag hoorde ze alleen bladeren en een merel.
Bram pakte zijn schrift en schreef: ZAAK VAN DE VERDWENEN BOSSTEM. “Eerste verdachte: iemand die niet van getik houdt.”
“Eerst aanwijzingen,” zei Noor. “Dan pas verdachten.”
Ik zag, ik denk
Naast een oude eik stond een routebord op een houten paal. Een tak van de eik hing erboven.
Noor tekende alles. Links schreef ze IK ZAG: tak boven bord, bord nat. Rechts schreef ze IK DENK: een specht?
Bram zocht de stammen af. “Geen verse gaatjes. Geen houtsnippers.”
“En het getik kwam alleen als het waaide,” zei Noor. Ze streepte de specht door.
BO speurde met zijn loep langs de paal. “Kijk! Een rood touwtje!”
“Dat zat er vorige week niet,” zei Bram.
Nu wel
Verderop rammelde een wiel. Boswachter Ada kwam aan met een kar vol gereedschap. Ze wees een wandelaar de weg.
“We kunnen het haar vragen,” zei Noor. “Maar eerst wil ik zelf snappen waar het getik vandaan kwam.”
Toen kwam er een windvlaag. De tak zwiepte heen en weer. Maar hij raakte niets.
Bram keek omhoog. “Die tak hangt veel te ver van het bord.”
BO hield zijn kop schuin. “Nú wel.”
Noor schreef die twee woorden op: NU WEL. Misschien was het geluid niet gestolen. Misschien was er iets verschoven.
WONDER ✳VerhaalEDITIE 01
WONDERCLUBHOOFDSTUK 2 • DE PROEF VAN BRAM
Een spoor van wind
Op het bankje haalt Bram een stokje en zijn broodtrommel uit zijn rugzak.
Illustratie • Bram test zijn tikmachine. Noor tekent, BO kijkt door zijn loep en Ada komt eraan.
Een apparaat van bijna niets
Bram ging op een bank zitten. Hij knoopte een papiertje aan een touwtje en het touwtje aan een stokje. Dat hield hij boven zijn open broodtrommel. Hij blies zacht. Het papiertje tikte tegen de rand. Tik-tik-tik!
BO klapte. “Verdacht overtuigend!”
Noor legde haar tekening ernaast. “Maar dit bewijst nog niet dat het in het bos zo ging.”
“Nee,” zei Bram. “Het laat zien dat het kán.” Hij hield het stokje hoger. Het papiertje zwaaide, maar raakte de trommel niet meer. Geen tik.
Fantasie, model of waarneming?
“Misschien heeft een nachtvlinder het bord geleend,” zei BO. “Voor vleugeltjesyoga.”
Noor lachte zo hard dat haar potlood viel. “Leuk verhaal. Voor een strip.”
Bram tekende de nachtvlinder en schreef erbij: FANTASIE. Bij zijn broodtrommel schreef hij: MODEL.
Noor liep terug naar het bord. Naast de paal lag een lichte rechthoek zonder mos. Boven op het bord zat een verse kras. En de punt van de tak was op één plek glad.
“WAARNEMING,” zei Noor. “Drie keer.”
De vraag aan Ada
Ada kwam terug met haar kar. “Zoeken jullie iets?”
“We onderzoeken een stilte,” zei BO plechtig.
Noor wees naar de kras en de tak. Niemand raakte iets aan.
Ada glimlachte. “Die paal stond los. Vanochtend heb ik hem een stukje verzet en stevig vastgezet. Die tak schuurde steeds tegen het bord.”
Bram straalde. “Dus de wind liet de tak tikken!”
“Dat past bij alles wat jullie zagen,” zei Ada.
“En het rode touwtje?” vroeg BO.
Ada knipoogde. “Loop maar mee naar het volgende bord.”
WONDER ✳VerhaalEDITIE 01
WONDERCLUBHOOFDSTUK 3 • HET RAADSEL OPGELOST
Het bos had niets verloren
Ada loopt naar het volgende bord. Om de paal zit hetzelfde rode touw.
Illustratie • De Wonderclub en boswachter Ada bij het informatiebord. Op de tak zit een merel.
Het rode antwoord
Bij het volgende bord zat hetzelfde rode touw om de paal. “Mijn meetkoord,” zei Ada. “Daarmee zet ik borden netjes op een rij. Bij jullie bord is een stukje blijven hangen.”
BO tikte op zijn rugzak. “En ik wilde net een geheime touwtjescode bedenken.”
Bram vatte alles samen. “De paal stond los. De wind duwde de tak tegen het bord. Tik! Ada zette de paal vast, een stukje opzij. Nu hangt de tak vrij.”
“En de kras en de gladde tak passen daarbij,” zei Noor.
Een bord dat zacht spreekt
Ada gaf hun een leeg kaartje. “Wat willen jullie wandelaars vertellen?”
Bram wilde schrijven: HIER WOONDE DE BOSSTEM. BO wilde een paddenstoel met grote oren tekenen. Noor keek naar de merel en de beek. “Laten we mensen zelf laten luisteren.”
Samen schreven ze: STA EVEN STIL. LUISTER EEN MINUUT. WAT HOOR JIJ?
Ada hing het kaartje bij het informatiebord. Noor las hun verslag na. Bij de nachtvlinder stond FANTASIE. Bij de kras stond WAARNEMING. Bij hun verklaring schreef ze: past bij alle aanwijzingen én bij Ada’s verhaal.
De stem die er nog was
Ze werden alle vier stil. Bram hoorde zijn jas ritselen. Toen een vogel. De beek klaterde. Een eikel viel met een tok op de grond.
“Het bos was helemaal niet stil,” fluisterde Noor. “Alleen het bord was veranderd.”
Bram klapte zijn schrift dicht. “Volgende keer onderzoeken we een verdwenen koekje.”
Op BO’s gezicht verscheen een grafiekje. “Nul metingen,” zei hij. “Wel een uitstekend plan.”
Noor wees naar Brams open broodtrommel. Toen lachten ze allemaal. EINDE.
WONDER ✳EDITIE 01
ONTDEK · STRIP
BO groeit op de muur
Bram filmt BO’s speelgoeddubbel. De muur lijkt een reuzenrobot te tonen. De echte robot blijft even groot. Lees wat ieder personage verandert.
1BO: Mijn schaduw is reusachtig. Ik ben dus gegroeid!2Bram: Ik schoof alleen de lamp dichterbij. Het figuurtje bleef op zijn markering.3Noor: Meet het figuurtje én zijn schaduw. Zijn echte hoogte is nog gelijk.4BO: Dan krijgt mijn film een betere titel: de lamp die de schaduw groter maakte.
Illustratie • Een fictieve lampentest: de schaduw verandert, terwijl het speelgoedfiguurtje even groot blijft. Dialogen staan buiten de tekening.
Noor controleert drie proefboeken. Zoek telkens de afspraak die nodig is om een eerlijke conclusie te trekken. Controleer op blz. 48.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
WONDER ✳NatuurEDITIE 01
ONTDEKNATUUR • HET GROENE BLAD AAN HET WERK
Een blad bouwt met licht
Een blad is een kleine fabriek. Met zonlicht maakt het suiker uit water en lucht. Dat heet fotosynthese.
01
Het recept
Water komt via de wortels uit de bodem. Koolstofdioxide komt uit de lucht: dat gas adem jij uit. Bladgroen vangt licht op. Met die energie maakt het blad suiker. Daarvan groeit de boom. Er komt zuurstof vrij: het gas dat jij inademt.
02
Piepkleine deurtjes
In een blad zitten huidmondjes: piepkleine openingen. Daardoor gaan gassen in en uit. Ook waterdamp ontsnapt erdoor. Je ziet ze alleen met een microscoop.
ZO WERKT HET
Het recept van een blad
Licht: Energie van de zon. Bladgroen vangt het op.
Water: Komt via wortels en stengel uit de bodem.
Koolstofdioxide: Gas uit de lucht. Jij ademt het uit.
Suiker: Voedsel voor de plant. Daarvan groeit hij.
Zuurstof: Gas dat naar buiten gaat. Jij ademt het in.
Bladgroen: Groen stofje in het blad dat licht vangt.
Drie dingen gaan erin, twee komen eruit. Zo maakt een blad suiker.
BO
Ik laad op met stroom. Een blad laadt op met licht. Zijn we nu familie?
ACHTERGROND • HET HERFSTBLAD
Waar blijft het groen in de herfst?
In de herfst worden de dagen korter. Dan ruimt een boom zijn bladeren op.
Geel zat er al
Het bladgroen wordt afgebroken. Dan zie je de gele en oranje kleurstoffen die er al in zaten. Rood en paars maakt het blad vaak nieuw.
Loslaten
Bij de steel groeit een laagje dat het blad afsluit. Eén windvlaag en het blad valt.
Teken een fictief onderzoeksplein. Een andere lezer moet de opdrachten kunnen uitvoeren met alleen jouw kaart en legenda.
Niveau 2 van 3:★★☆ gemiddeld
01
Drie afspraken
Kies symbolen voor een boom, bank, meetplek en water. Teken ieder symbool ook in de legenda. Spreek af dat één roostervak op jouw plein twee meter breed is. Zet een noordpijl neer en teken één afgesloten vak waar de route omheen moet.
02
Geef een echte opdracht
Schrijf: start bij de bank, bezoek de meetplek en eindig bij het water. Laat iemand de route tekenen zonder dat jij aanwijst. Tel de vakken van de kortste toegestane route. Vermenigvuldig dat aantal met twee voor de afstand in meter. Verbeter één onduidelijk teken na de test.
Kaart, legenda en route
Houd onderin ruimte voor je vier tekens en hun betekenis. Teken routes met streepjes zodat ze zichtbaar blijven op een zwart-witprint.
Teken met je vinger, pen of muis. Gebruik de knoppen om een stap terug te gaan, te wissen of je tekening te bewaren.
WONDER ✳OplossingenEDITIE 01
KIJK PAS NA HET PROBEREN
De slimme achterkant
Eerst zelf proberen, dan pas kijken! Weet je ook waaróm het antwoord klopt?
1 B: een spectrum, elke kleur knikt anders (blz. 10); 2 B: 21 = 8 + 13 (blz. 12); 3 A: een paar cm per jaar (blz. 20); 4 B: stroken plantenstengel (blz. 18); 5 C: eerst de achterpoten (blz. 24); 6 A: licht, water en koolstofdioxide (blz. 42).
Quiz • blz. 44
1 B: ze weerkaatst zonlicht (blz. 33); 2 A: een afstand (blz. 34); 3 B: het touw trilt mee (blz. 27); 4 B: de lucht remt het scherm (blz. 29); 5 A: zon achter je (blz. 11).
Sudoku • blz. 5
4 × 4, van boven naar beneden:
1 3 4 2
2 4 1 3
4 2 3 1
3 1 2 4
1 Een paddenstoel: de bovenkant heet de hoed. 2 De maan: ze weerkaatst zonlicht.
Gedachtenproeven • blz. 19
IJs: het water blijft bij de streep. Drijvend ijs duwt precies zijn eigen gewicht aan water opzij; gesmolten wordt het evenveel water. In zout zeewater stijgt het een heel klein beetje. Brug: de zigzag houdt meer muntjes, want het gevouwen papier buigt minder door.
Doolhof • blz. 22
O = omlaag, B = naar boven, L = links, R = rechts. Route vanaf de start: O1 R4 O2 L2 O2 L2 O2 R6 O4 L2 O2 L2 B4 L4 O4 R2 O1.
Bij de artikelen
Blz. 12: groep 9 is rood en heeft 34 vakjes. Blz. 24: een rups kruipt, een vlinder vliegt; een kikkervisje zwemt met zijn staart, een kikker springt en zwemt met zijn poten. Blz. 34: twee keer zo lang: 1.000 seconden, of 16 minuten en 40 seconden.
Proefjes • blz. 27–29
Blz. 27: met een strak touw versta je meestal meer woorden. Blz. 28: de brede strook brengt meer water naar de lege beker. Blz. 29: de grote parachute landt meestal het laatst, als hij goed opengaat.
Verhaal • blz. 36–38
Leesdetective: het getik kwam alleen bij wind, en de tak zwiepte vrij. Fantasie: de nachtvlinder. Model: Brams tikmachine. Waarnemingen: de kras, de gladde tak, de lichte rechthoek. Oplossing: de losse paal stond onder de tak, dus bij wind tikte de tak ertegen. Ada zette de paal vast, een stukje opzij. Het rode touwtje was van haar meetkoord.
Volledige antwoorden en uitleg: controleer ook de tussenstappen en afspraken. Een ander antwoord vraagt een reden: welk gegeven of welke aanname gebruikte je anders?
Quiz • blz. 4
1. B — De plaats van de lamp. De lamp veranderde van plaats; het figuurtje bleef gelijk. Zie blz. 39.
2. A — Een helder raam. Doorzichtig materiaal laat veel zichtbaar licht door. Zie blz. 10.
3. A — Hij bestaat uit zichtbaar licht. Licht wordt in waterdruppels afgebogen en in kleuren gescheiden. Zie blz. 11.
4. C — Rood. Na twee volledige groepjes begint bij plaats zeven opnieuw rood. Zie blz. 12.
Quiz • blz. 26
1. B — Deze afdruk toont vier tenen. Noor onderscheidt een waarneming van een vermoeden; vier zichtbare tenen zijn nog geen zekere herkenning. Zie blz. 3.
2. A — Ze bevatten verschillende informatie. Een piramide en een papyrus bevatten verschillende informatie over de geschiedenis. Zie blz. 17–18.
3. C — Zijn volledige reis en leeftijd. Vorm alleen geeft geen volledig paspoort. Zie blz. 16.
4. A — In dit monster zijn meer dan de helft licht. Twaalf is meer dan tien; de telling beschrijft dit kleine monster. Zie blz. 16.
Quiz • blz. 41
1. A — Je weet niet welk verschil het resultaat veroorzaakte. Houd gewicht en vorm apart: deze parachuteproef gebruikt even grote propjes om de schermgrootte te vergelijken. Zie blz. 29.
2. A — Een legenda met de betekenis. De legenda legt uit wat het afgesproken teken betekent. Zie blz. 35.
3. B — Beide metingen en omstandigheden. De verschillen kunnen iets over de uitvoering of meting vertellen. Zie blz. 30.
4. C — Je voorkomt dat een vermoeden als waarneming gaat klinken. Een open vraag houdt het onderzoek controleerbaar. Zie blz. 45.
Volledige antwoorden en uitleg: controleer ook de tussenstappen en afspraken. Een ander antwoord vraagt een reden: welk gegeven of welke aanname gebruikte je anders?
Raadsels • blz. 9
1. BO groen, Bram blauw, Noor rood. BO bezet groen. Voor Bram blijven rood en blauw over; rood is uitgesloten. Blauw gaat dus naar Bram en de overblijvende rode naar Noor. Er is één verdeling.
2. 12 lichte korrels; twee keer zoveel. 18 − 6 = 12. Vergelijk daarna 12 met 6: 12 ÷ 6 = 2. Het aantal bakjes verandert die verhouding niet.
3. Tegel 15. De vlaggen staan op 3, 6, 9, 12 en 15. Vijf groepjes van drie tegels geven 5 × 3 = 15; tegel nul krijgt geen vlag.
Raadsels • blz. 23
1. 4 stappen. Hij moet twee kolommen naar rechts en twee rijen naar beneden. Dat zijn samen vier stappen; de volgorde kan verschillen.
2. 4 stappen. A1 → A2 → A3 → B3 → C3. Hij doet nog steeds twee horizontale en twee verticale stappen en raakt B2 niet.
3. 2 routes. De route via de bovenrand/rechterrand en die via de linkerrand/onderrand zijn de enige. Alle vier andere volgordes van twee rechter- en twee benedenstappen bezoeken B2.
Gedachtenproeven • blz. 32
1. Licht van alle kanten: In model A houdt het figuurtje licht uit één richting tegen en blijft achter het figuurtje een donkere plek. In model B kan ander licht die plek bereiken, waardoor het verschil kleiner wordt. Afspraak: Niet iedere plek ontvangt in een echte kamer precies evenveel licht; schaduwen hoeven in model B niet volledig te verdwijnen.
2. De afspraak die ontbreekt: Nee. Een driehoek kan een boom, een berg of een meetpunt betekenen. Je hebt de legenda nodig voordat je een route betrouwbaar kunt lezen. Een mooi getekende kaart maakt een ontbrekende afspraak niet goed. Afspraak: Als de tekens eerder samen zijn afgesproken, kan die gedeelde afspraak al als legenda dienen.
WONDER maakt eigen verhalen, diagrammen en puzzels. BO, Noor en Bram zijn verzonnen; hun illustraties zijn gemaakt met AI. De echte foto’s en wetenschappelijke informatie komen van de hieronder vermelde makers, musea en onderzoeksorganisaties.
Geverifieerd 8 oktober 2026: zand is een korrelgrootte; kwarts, gips en andere mineralen. Nieuwe voorbeelden, sorteerproef en rekengetallen zijn redactioneel bedacht.
Geverifieerd 8 oktober 2026: licht blokkeren; grootte en positie van schaduwen veranderen met lichtbron, voorwerp en scherm. Onze ledlamp-proef houdt twee onderdelen vast.
Beeld & diagrammen
BO, Noor, Bram, de strip en de als illustratie vermelde scènes zijn originele, met AI gemaakte beelden. De foto’s hieronder zijn echte foto’s. Schema’s zijn uitlegtekeningen.
Full moon.jpeg · NASA/JPL/USGS · Publiek domein. Verkleind en JPEG-compressie voor webgebruik; mogelijk bijgesneden in de pagina-opmaak.
The Blue Marble.jpg · NASA / Apollo 17-bemanning; kleurcorrectie door Deglr6328 · Publiek domein. Verkleind en JPEG-compressie voor webgebruik; mogelijk bijgesneden in de pagina-opmaak.
Octopus Vulgaris.jpg · Theasereje · CC BY-SA 4.0. Verkleind tot maximaal 2200 pixels, opgeslagen als geoptimaliseerde JPEG; kan in de opmaak zijn bijgesneden.
Waldkauz-Strix aluco.jpg · Andreas Trepte, www.avi-fauna.info · CC BY-SA 2.5. Uitsnede rond de uil uit de originele foto, zodat zijn spiegellijn in beeld is.
Originele illustraties
BO, het onderzoeksrobotje · Originele AI-illustratie voor WONDER. Fictieve mascotte, gemaakt met ImageGen.
BO hoort te veel · Originele AI-illustratie voor WONDER. Zes stripscènes; dialogen worden afzonderlijk gezet.
De verdwenen bosstem · Originele AI-illustratie voor WONDER. Fictieve verhaalillustratie met BO, Noor en Bram; Brams uiterlijk is met ImageGen aangepast op basis van zijn vaste personageportret.
Een spoor van wind · Originele AI-illustratie voor WONDER. Fictieve verhaalillustratie van het papieren geluidsmodel.
Het bos had niets verloren · Originele AI-illustratie voor WONDER. Fictieve verhaalillustratie bij het luisteren naar bosgeluiden.
De bekertelefoon · Originele AI-illustratie voor WONDER. Illustratie van twee bekers verbonden met een strak touw; geen gemeten experimentfoto.
Water reist door papier · Originele AI-illustratie voor WONDER. Illustratie van de twee-bekerproef met een papierbrug; geen gemeten experimentfoto.
De papieren parachute · Originele AI-illustratie voor WONDER. Illustratie van een papieren scherm met vier touwtjes en een zacht papierpropje.
Noor, de speurneus · Originele AI-illustratie voor WONDER. Portret van hoofd en schouders, uitgesneden uit de AI-illustratie ‘Water reist door papier’ (oorspronkelijke versie): rond bijgesneden en vergroot; de rechterrand is aangevuld met vage achtergrond.
Bram, de bouwer · Originele AI-illustratie voor WONDER. Vast personageportret van Bram, een jongen van ongeveer tien met een lichte huid, kort bruin haar en een blauwgroene hoodie; met ImageGen aangepast vanuit het eerdere portret in de stijl van de Wonderclub.
Wonder 01 cover new · Originele AI-illustratie voor WONDER. Oorspronkelijke illustratie gemaakt met de ingebouwde ImageGen. Geen echte foto, onderzoekswaarneming of meetbewijs.
Wonder 01 sand lab · Originele AI-illustratie voor WONDER. Oorspronkelijke illustratie gemaakt met de ingebouwde ImageGen. Geen echte foto, onderzoekswaarneming of meetbewijs.
Wonder 01 comic shadow · Originele AI-illustratie voor WONDER. Oorspronkelijke illustratie gemaakt met de ingebouwde ImageGen. Geen echte foto, onderzoekswaarneming of meetbewijs.