Quiz • blz. 19
1. B — 135 seconden: 2 × 60 + 15 = 135.
2. A — 3 minuten: 180 ÷ 60 = 3.
3. B — 4 minuten en 30 seconden: 4 × 60 + 30 = 270.
Quiz • blz. 40
1. A — Een tijdsduur sinds jouw start. Nul is jouw startmoment; een wandklok toont een tijdstip. Zie blz. 7.
2. B — Een omloop van de aarde om de zon. De draaiing is een andere beweging. Zie blz. 9.
3. C — De afstand die licht in één jaar aflegt. Het is een afstand, geen leeftijd. Zie blz. 15.
4. B — De ontdekkingsdatum. Ontdekken en maken zijn verschillende gebeurtenissen. Zie blz. 24.
5. A — Zo vergelijken mensen dezelfde duur. De afspraak bepaalt welke gebeurtenissen de duur begrenzen. Zie blz. 3, 7.
6. A — Touwlengte veranderen en de overige afspraken houden. Eén verschil helpt de uitkomst interpreteren; herhalingen blijven nodig. Zie blz. 28.
Quiz • blz. 45
1. B — 4 centimeter. Deel iedere lengte volgens dezelfde schaal. Zie blz. 14, 31.
2. A — Vermeld dat het teken geen maat op schaal is. Een symbool kan een plek aangeven zonder haar afmetingen. Zie blz. 14, 32.
3. C — Controleer de omgeving en gebruik de aangegeven omleiding. Papier verandert een echte grens niet. Zie blz. 33, 43.
4. B — Kijkpunten bij onze toelichting. Zij geven geen ouderdomsrangorde. Zie blz. 41.
5. B — Afdrukdatum en kaartinformatie verschillen. Controleer wanneer de indeling voor het laatst is bekeken. Zie blz. 24, 34.
Sudoku • blz. 10
4 3 1 2
1 2 4 3
2 4 3 1
3 1 2 4
Sudoku • blz. 29
9 2 8 1 6 4 5 3 7
1 6 4 7 5 3 2 8 9
7 5 3 9 2 8 6 4 1
6 8 1 5 4 7 3 9 2
5 4 7 2 3 9 8 1 6
2 3 9 6 8 1 4 7 5
8 9 6 4 1 5 7 2 3
4 1 5 3 7 2 9 6 8
3 7 2 8 9 6 1 5 4
Woordzoeker • blz. 16
SCHAAL: (6,10) → (1,5); KAART: (5,5) → (9,5); LICHT: (11,2) → (7,2); SPOOR: (2,4) → (6,4); ROUTE: (8,5) → (4,9); TIJD: (8,11) → (11,11); MAAN: (4,11) → (1,11); KLOK: (11,7) → (11,4)
Raadsels • blz. 23
1. Een klok met wijzers. De wijzers wijzen een tijd aan; het zijn geen lichaamsdelen.
2. Een kaart of schaalmodel. Het beeld wordt kleiner; de echte zaal hoeft niet te veranderen.
Gedachtenproeven • blz. 23
1. Het blad draait: De route houdt dezelfde lengte. Draaien verandert de richting op jouw tafel, niet de afstanden binnen de kaart. Je moet wel opnieuw aangeven wat vooruit en rechts betekenen vanuit de gekozen kijkrichting. Let op: Dit geldt voor een stijve draaiing van het hele blad. Een andere schaal of een andere route kan de lengte wél veranderen.
2. De tweede start: Nee. De verdeling van het zand bij de start verschilt. Laat de zandloper volledig leeglopen en draai hem daarna op dezelfde manier om. Vergelijk de runs met een klok en houd ook de stopregel gelijk. Let op: Gelijke afspraken maken de proef beter vergelijkbaar; zij bewijzen niet dat de zandloper exact dezelfde duur als een klokeenheid heeft.
Doolhof • blz. 37
(1,2) → (2,2) → (3,2) → (4,2) → (5,2) → (6,2) → (7,2) → (8,2) → (9,2) → (10,2) → (10,3) → (10,4) → (11,4) → (12,4) → (12,5) → (12,6) → (12,7) → (12,8) → (12,9) → (12,10) → (11,10) → (10,10) → (10,11) → (10,12) → (11,12) → (12,12) → (13,12)